Met: Reinier Sonneveld en Roy Bergsma

Ik stuitte in verband met wat speurwerk naar materiaal van en over G.K. Chesterton op een project van Reinier Sonneveld en Roy Bergsma. Het betreft het verwerken van het boek ‘De man die donderdag was’ (1908) in een stripverhaal. Het project is rond 2011 (helaas!) voortijdig gestopt.   >> Lees meer

Reinier Sonneveld Scenarist

Roy Bergsma Striptekenaar

Hoe ontstond het idee om samen een stripboek te gaan maken van het boek De man die donderdag was?

Reinier: Ik kende Roy niet, maar zat dertien jaar geleden bij hem in de buurt bij een feestje, en hoorde hem iemand vertellen dat hij graag strips tekende, maar een goed verhaal niet lukte. En ik had net een opleiding scenarioschrijven afgerond… Dat was een inkopper zeg maar. We hebben een paar keer afgesproken en ik heb doorgevraagd over zijn fascinaties: het tekenen van een strip is een gigantische klus en ik wilde dat het een verhaal zou worden dat echt bij hem past. Ik heb wat eigen verhalen geprobeerd (een andere tekenaar, Heina Dokter, heeft onlangs een eigen scenario van mijn hand ook afgerond). Ik herinner me bijvoorbeeld een nogal duister verhaal over iemand die in het riool leeft… Enfin, die verhalen lukten niet echt.

In die tijd las ik echter ook De man die donderdag was, wat mij enorm triggerde – en toen Roy het las hem ook. Het kent een absurde reeks twists; ik ken geen detectiveverhaal met zoveel omdraaiingen, en dan ook nog met zo’n wonderlijke spirituele ondertoon, die ik nog steeds niet helemaal begrijp. Het kan dat de ondertitel (‘Een nachtmerrie’) alleen al een twist bevat. Wat Roy zo trof, moet hij lekker zelf vertellen 🙂 maar voor mij is het een interessant actueel verhaal. Het speelt zich af tijdens de eerste terroristische golf, die van de anarchisten, en tegenwoordig zitten we in de vierde, die van de moslimfundamentalisten. Er spelen dezelfde angsten. De man die donderdag was gaat daar met humor mee om, maar ook met de suggestie dat veel terreur bij onszelf begint. .

Roy: Aanvankelijk zijn Reinier en ik begonnen met het verzamelen en opschrijven van ideeën voor een verhaal dat ons beiden aan zou spreken, en dat zou passen bij mijn stijl en manier van tekenen. Tijdens dat proces kwam Reinier op het idee om een reeds bestaande roman te bewerken tot beeldverhaal. Dat was ‘The Man who was Thursday’ van de Britse auteur G. K. Chesterton. Veel van de beeldende en verhalende elementen waar wij naar op zoek waren, zijn in dit boek ruimschoots vertegenwoordigd.

Ik kende noch het boek, noch de schrijver, maar de ‘Hitchcockiaanse’ titel sprak mij al direct aan. Ik ben het uiteraard direct gaan lezen. Het nogal raadselachtige en fantasierijke verhaal blijft intrigeren. Vooral omdat het niet één waarheid bevat, en op heel persoonlijke wijze geïnterpreteerd kan worden. Daarbij is er de combinatie van spanning en relativerende humor waar de Engelsen zo meesterlijk goed in zijn.

.

Waarom leent met name ‘De man die donderdag was’ zich voor een stripverhaal en was het moeilijk om de kern in tekeningen vast te leggen?


Reinier
: De beschrijvingen van Chesterton zijn opvallend beeldend: misschien omdat hij het in zijn ondertitel ‘een nachtmerrie’ noemt? Ook de ontmaskeringen, waar het verhaal er nogal wat van kent, lenen zich typisch voor een visuele vormgeving. Verder is het handig dat het verhaal niet heel compact is verteld, waardoor het binnen de geëigende 48 pagina’s van de gewone strip past.

Roy: Ik weet niet zo goed wat de kern is van het scenario of het boek. De roman is bijna net zo absurdistisch als een droom. Misschien kom ik daar tijdens of na het werkproces wel achter.

.

Raak je bij een omzetting van boek naar strip niet veel van het verhaal kwijt?

Reinier: Het viel me mee. Je verliest wel veel details, maar het eigenlijke verhaal is vrij rustig verteld. Bovendien kun je in strip prima plotwendingen en paradoxen vertellen: bijvoorbeeld in de overgang naar een volgende pagina kun je mooi een verrassing stoppen. Roy en ik werken telkens toe naar de afbeelding rechtsonderin: dat is vrijwel steeds een cliffhanger. Daarin konden we veel van de verrassingen van Chesterton kwijt. En hoe ik Chesterton ook respecteer: hij ouwehoert ook wel behoorlijk. Het is briljant ouwehoeren, maar ouwehoeren blijft het. Zo bevatten ook zijn dialogen veel onnodige omwegen, die ik in het scenario prima kon wegsnijden.

We hebben verder zo nauwkeurig mogelijk de verhaallijn gevolgd. Binnen dus de beperkingen van 48 betekende pagina’s. Maar het zal je meevallen. Ik bedoel, het boek telt zo’n 200 pagina’s: dat is dus ‘maar’ een 4 keer zo weinig pagina’s. En Roy tekent heel precies: daardoor kunnen er regelmatig wel 10 afbeeldingen per pagina.

.

Hoe hebben jullie je laten inspireren voor de tekeningen?

Roy: Voor het visualiseren van dit verhaal heb ik heel veel research moeten doen naar de periode waarin het zich afspeelt. Dit is aan het begin van de 20e eeuw, die in Engeland ook wel de ‘Edwardian’ periode wordt genoemd.

Ik ben naar Londen gereisd en heb daar diverse locaties bezocht en gefotografeerd die in het boek worden beschreven. Zo kwam ik in een chique buitenwijk van Londen genaamd ‘Bedford Park’. (In het boek is de naam verandert in ‘Saffron Park’). Er staan werkelijk prachtige huizen die allemaal zijn ontworpen in dezelfde stijl en gebouwd met karakteristieke amberkleurige baksteentjes. Ik was er op een ochtend, maar ik kan me helemaal voorstellen dat als je door die wijk loopt tijdens een mooie zonsondergang (zoals in het verhaal) dat alles is ondergedompeld in een warme, rode gloed waardoor je je waant in een droomachtige wereld die je in een dichterlijke stemming brengt.

Ook was ik in het ‘Museum of Transport’, om het eerste gemotoriseerde verkeer te bestuderen dat in die tijd rondreed. Het verhaal bestaat voor een groot deel uit achtervolgingen. O.a. met één van de eerste automobielen. Daarvoor bestudeer ik dan weer een historische film als ‘The Magnificent Ambersons’ (O. Welles 1942) waarin de opkomst van de auto-industrie (gepaard met de idustrialisatie) een thema is.

.

Het project is uiteindelijk niet afgerond. Gaat het er nog eens van komen?

Reinier: Omdat Roy zo precies tekent en zo grondig onderzoek doet, en bovendien nog allerlei andere verplichtingen had, ging het proces gewoon te traag. Soms kwam hij tot maar een enkele pagina per jaar. Het leek ons toen voor ons beider gemoedsrust prettig om het project af te stellen. Inmiddels heeft Roy minder verplichtingen en is hij ervarener als tekenaar, dus hij kan vele malen sneller werken. Binnen een paar jaar moet het af kunnen zijn. Als hij maar te eten heeft in die jaren… Ik denk dat er een crowdfunding project moet komen: dat lijkt me de manier.

Roy: Striptekenen is een erg moeilijk vak. Destijds was ik niet tevreden over het materiaal omdat mijn tekenvaardigheid nog teveel in ontwikkeling was. Het schoot gewoon tekort voor een ambitieus project als deze. Daardoor zat ik heel geforceerd aan de pagina’s te werken. Bovendien zaten er veel fouten in. Dat frustreerde me. Maar ik heb altijd in mijn achterhoofd gehouden dat ik het project op een later tijdstip in m’n leven weer op zou pakken. Ik zie en voel nu dat het goed komt. Momenteel ben ik bezig om een drietal pagina’s uit 2006 te hertekenen, en ben er zeer tevreden over. Ik doe geen beloftes over een precieze verschijningsdatum/jaar. Dat zou betekenen dat ik mogelijk concessies zou moeten doen aan de kwaliteit van de tekeningen. En dat probeer ik liever te voorkomen.

.

> Meer weten en pagina’s van het stripboek inzien


Korte introductie op ‘De man die donderdag was’

De zeven leden van de Centrale Anarchistische Raad zijn vernoemd naar de zeven dagen van de week. De jonge dichter Gabriel Syme weet in hun midden te infiltreren als Donderdag, en daarmee begint een waanzinnige nachtmerrie vol paradoxen en verrassingen. Met dit unieke verhaal over misdadigers en speurders heeft Chesterton een detectiveroman geschreven die behoort tot de klassiekers in zijn soort. – J. Wigman

Lees hier de eerste hoofdstukken van de Nederlandse vertaling: H1 | H2