“Als je nog jong bent heb je zulke abstracte idealen en dergelijke luchtkastelen, maar op middelbare leeftijd verdwijnen ze als sneeuw voor de zon, en kom je uit bij een geloof in pragmatische politiek, je weet wat je hebt en doet het met de wereld zoals ze is.’ (…) Welnu, ik heb mijn idealen allerminst verloren; mijn geloof in de fundamenten is precies wat het geweest is. Wat ik ben kwijtgeraakt is mijn oude, kinderlijke geloof in pragmatische politiek.”

G.K. Chesterton

Bij het ouder worden verliezen, aldus Chesterton, veel mensen hun idealisme en zetten daar een politiek pragmatisme voor in de plaats. Dat is ‘realistischer’, zo zeggen ze dan. ‘De jeugdige idealen verdwijnen nog wel’. Maar ik kan me vinden in de woorden van Chesterton en heb mijn geloof in politiek pragmatisme juist verloren. Ik wil het ideaal blijven najagen. Liever visionair dan technocraat.

De visionair wil verliefd worden en trouw blijven. De technocraat wil weten wat verliefd worden is, de slagingskans berekenen, weten hoe het scheidingspercentage zich verhoudt tot zijn persoonlijke benchmark op basis van doelgroepanalyse, en wat de gemiddelde kosten per jaar zijn – dit alles het liefst uitgewerkte in een kosten-baten analyse. Of op zijn Chestertons: ‘Hij hoort graag van de wetenschap wat de mening van zijn vrouw is en laat door een gediplomeerd verpleegkundige zijn neus sluiten’.

Vandaag waren mijn twee dochters de tuin aan het aanvegen. De jongste, in haar onbevangenheid, denkt slechts aan het opruimen van de rommel. De oudste van de twee denkt hier ook aan, maar denkt ook aan snel klaar zijn. Dus benut ze de hoekjes om het vuil in te vegen waardoor het eerder opgeruimd lijkt. Ze denkt aan een opdracht; ‘vegen’, steeds minder aan het vuil dat opgeruimd moet worden. De essentie verdwijnt.

Dit deed mij denken aan hoe dit net zo in ‘de grote mensen wereld’ werkt. Het idealisme, de kern, de essentie van de zaak verdwijnt vaak al snel naar de achtergrond. Het pragmatisme neemt de overhand en met de vergelijking in het achterhoofd worden kreten gebruikt als: ‘dan word het vuil niet het hele huis doorgelopen’, ‘tijd is geld’, ‘beter de vloer vrij; de rest komt later wel’, ‘wees eens praktisch; dat gezeur altijd’, ‘visie is een beleidsvraagstuk; wij staan met de poten in de klei’, ‘het kost anders teveel tijd’, enzovoort. Maar dat de hoeken nooit meer geruimd worden hoor je niemand over. En dat als je dit wel wilt doen het veel meer werk blijkt is een gegeven, al was het maar vanwege de aangekoekte resten.

De technocraat zou graag zien dat er een effectieve methode wordt toegepast, dat er protocollair wordt gehandeld zodat er altijd hetzelfde wordt ‘geveegd’ en kwaliteit geborgd kan worden, die wil weten wat de buren er van vinden en wat de meest wetenschappelijke methode is.

Ik bedoel maar; soms is het heerlijk om gewoon praktisch te zijn en die bezem te pakken. Maar nooit zonder het doel uit oog te verliezen. We vegen niet om het vegen, of voor het geld of voor de buren; nee we vegen voor die schone straat. De jongste dochter heeft gelijk. Het kind in je moet gevolgd worden, niet de cynisch wordende volwassene.

Er is maar één goede reden voor pragmatisme en dat is op humane gronden. Dat is ‘we regelen hulp vanwege acute noodzaak’, daarna kijken we wel hoe we dat systematisch kunnen verwerken. Maar zelfs daar ligt een ideologie en visie aan ten grondslag. En er is maar één goede reden voor technocratisch handelen en dat is om ideologie en visie in logge (overheids)apparaten te verbeteren, te doordenken, door te voeren en vast te houden. Nooit om diens plaats in te nemen.

Vanuit mijn positie binnen een lokale overheid is bovenstaand best een vreemde boodschap. Ik heb namelijk alles te maken met beleid, protocollen, kwaliteitstoetsing, rechtmatigheid en ga zo maar door. En ik ben ook voorstander van de toepassing hiervan. Maar met dit uitgangspunt: er is een groep kwetsbare / hulpbehoevende mensen die vanuit algemene gelden geholpen moeten worden. Dat willen wij als burgers vanuit het solidariteitsbeginsel. Het moet daarom duidelijk zijn wat deze gelden zijn en hoe we hier ieder mee kunnen helpen die daadwerkelijk hulp nodig heeft. En juist dat is nader uitgedacht en vastgesteld binnen de beleidskaders. Hieraan tornen is rechtsongelijkheid in de hand werken. Is willekeur aanbrengen in de uitvoering. Is niet meer kunnen individualiseren omdat uitzondering regel is, in plaats van regel bevestigend. Is niet meer doelmatig zijn, omdat de visie niet wordt vastgehouden maar persoonlijk geïnterpreteerd door ieder die er zijn plasje overheen wenst te doen. Is vrij van verantwoording, omdat niemand meer verantwoordelijk is te houden. Tenzij het beleid zijn doel voorbij schiet. Het doel is de beantwoording van de ideologie, niet de uitwerking van een technocratisch stelsel.